Open brief: Calog-personeel, het kneusje binnen de politievakbond.

Deze morgen zakte mijn broek af, inspecteurs van de politie verdienen 169 euro per maand te weinig in vergelijking met andere collega-ambtenaren die geen enkel gevaar lopen.

Dat vertelt ons politievakbond VSOA. In komkommertijden een uitstekende periode om het onderwerp aan te snijden en meteen nationale publiciteit te verwerven. Niet alleen de periode is zorgvuldig gekozen ook de sociaal onveilige tijden geven proactief al een serieuze duw in de rug aan de onderhandelingstafel.

Geen kwaad woord over mijn operationele collega’s. De meerderheid van hen zijn ambitieuze kerels die elke dag hun mouwen opstroppen voor ons, de burger. Telkens weer het veld instappend met als centrale doelen: een verhoogde veiligheid en daaraan gekoppeld een geruststellende leefbaarheid.

De vraag in het hele debat is natuurlijk: hoeveel verdient een politie-inspecteur? Een snelle opzoeking op de website van de Antwerpse politie leert me dat een politie-inspecteur met 6 jaar anciënniteit, gehuwd (partner met inkomen) een netto maandloon ontvangt van 1740 euro , zonder avond- en weekenduren, zonder maaltijdvergoedingen, met gratis medische kosten enz.

Een collega-ambtenaar buiten het politiekader verdient dus volgens de vakbond 1909 euro netto. Waar de vergelijking gehaald wordt, het is mij een raadsel. Nooit verdiende ik, de laatste jaren als ‘Dennis Hopper’ binnen de overheid, zoveel (of zo weinig?), zowel op federaal als op Vlaams (bachelor)niveau…

Wat wel is en nooit op de federale eindbalans wordt afgeprint: Vlaamse ambtenaren hebben een +/- 140 euro (netto) maaltijdcheques en surplus.

Laten we open kaart spelen en enkele duidelijkheden en feiten verwoorden: zowel de federale als de lokale politie werden onderverdeeld in twee ‘kaders’ namelijk een operationeel kader (zeg maar de mensen in uniform) en een administratief en logistiek kader (afgekort: calog, mensen die instaan voor de administratie). Op operationeel niveau heb je de agenten van politie, de inspecteurs, de hoofdinspecteurs, de commissarissen en de hoofdcommissaris. Op calogniveau heb je gelijklopend niveau D (geen diplomavereiste), niveau C (middelbaar diploma), niveau B (bachelordiploma), niveau A (masterdiploma).

Het calog-personeel dient ervoor te zorgen dat er meer blauw op straat vertoeft. Zij zijn dus meer en meer een (belangrijke) schakel binnen de politionele werking. Een zuivere administratief en logistieke werking is te kort door de bocht. De laatste jaren wordt ook binnen het calogkader meer specialisatie aangetrokken. Denk aan: ICT-coördinatoren, maatschappelijk werkers, verkeersspecialisten, enz.

Laat ons dus vergelijken. Een inspecteur van de politie zonder enige specialisatie en met een middelbaar diploma verdient na 6 jaar anciënniteit 1740 euro netto, een calogpersoneelslid op bachelorniveau verdient na 11 (!) jaar anciënniteit 1698 euro netto.

Logisch? Allerminst.

5 jaar meer anciënniteit en een hogere opleiding (en functie-invulling) zorgt voor 42 euro minder nettoloon. Meer nog een hoofdinspecteur (zelfde graad als bachelorniveau) ontvangt na 11 jaar anciënniteit 1950 euro netto (zonder enige bijkomende vergoeding). 250 euro netto meer dan zijn ‘gelijkwaardige’ calogcollega.

Een gelijkschaling hoeft niet. Operationele leden lopen nu eenmaal meer risico dan hun calogcollega’s. Maar iets meer rechtvaardigheid mag van een vakbond verwacht worden, niet? Beide kaders bekijken en ook voor beide kaders (operationeel en calog) ten strijde trekken, is dat niet de essentie?

Teamwork makes the dream work…


		
Advertisements

De verzwakte minzaamheid der zwakke weggebruiker

Een halfzwaaiend been gecontroleerd de lucht ingeworpen.

Iedereen kent de beweging. De beweging die een begroeting is.

Vriendelijkheid en verbondenheid met elkaar verweven.

Een gekweekt amicaal automatisme. Zij, gezeteld op hun tweewielig mechanisch ros.

Waarom bij hen en niet bij ons?

Wij, verzwakte weggebruikers, zittend op ons carbonnen ros. Soms ontspannen, vaak afgepeigerd.

Omzwermd door de geur van lichamelijke inspanning, compagnons besprenkelend met ons gezouten zweet.

Wij zijn nu eenmaal wij. Steeds weer het duel aangaan met koning auto, getergd door openslaande portieren, fietspaden bedwingend die er vaak meer uitzien als opritten van gravé. Als gevolg: uitpuilende  achterzakken met reservemateriaal en een bang hart na weeral eens een bijna-ongeval, statistiek onwaardig.  Wij, spoken der mobiliteit.

In die zakken: geen plaats voor een bidon vriendelijkheid tegenover zij, die de andere richting uit fietsen. Zij die dan wel dezelfde hobby hebben, dezelfde moed hebben.  Dezelfde geurwolk van pas bemeste akkers net inhaleerden of het antoniem: een inhalatie van vervuilde uitlaatlucht achter de kiezen hebben.  Een beleving van niet enkel geuren maar ook gevoel, zowel pijn als voldoening. Hoogtes en laagtes.  Zij, die doorheen de ijzige lucht snijdend evenzeer verlangen naar dat overstijgende gevoel van het nagerecht: de warme douchestralen.

Zij, die eerder een rustig tochtje prefereren of zij die meer nood hebben aan afbeulerij van 5 uur.

Zij, in toeristenplunje of zij met een competitievere instelling.

Zij, zonder doel of ambitie, of zij verlangend naar een professioneel bestaan.

Zij, die na de tocht een brood halen voor moeder de vrouw, of zij die er net hun brood mee verdienen.

Trek geen grenzen maar trek de grens over en voel trappelende solidariteit.

Wees minzaam met elkaar. Een been de lucht inwerpen (niet echt aangeraden), een handgebaar of een klein knikje.

Een niemandalletje die zorgt voor verbondenheid en respect.

Vriendelijkheid onder ons, verzwakte weggebruiker.

Beste collega-fietsers, Zij dient Ons te worden.

Beste collega-fietsers, Zij dient Ons te worden.

Fietsen, dat is leven!

Het is donderdag, 2 april 2015.

Vandaag was zo’n eerste lentedag.  De zonnestralen die door de ramen gluurden, lieten  je hunkeren naar later die avond.  Zon en vrije tijd, het maakt vele combinaties mogelijk.

18 uur: na een lange werkdag kom je eindelijk terug –thuis-.

-Rust- denk je dan? Ja en Nee.

In de namiddag begon de avond door je gedachten te slingeren en verslingerd aan het fietsen besliste  je om ‘s avonds de helm aan te binden, de koersschoenen vast te klikken, de bril op de neus te schuiven en  –voor de zoveelste maal- doorheen het Tielts plateau te trappelen.

Zon, wat wind, een variatie aan landschap en stad en een fiets.  De ideale formule om 2 april op een ontspannende manier af te sluiten.

18.05 uur: je snelt in je koerskleren, vult de achterzakken met reservemateriaal, geeft je koersbidon wat water, kust je geliefde, checkt of je banden hard genoeg geblazen zijn en net voor je de voordeur achter je dicht trekt, galmen de laatste liefdevolle woorden ‘voorzichtig zijn’ door de gang.

Geen betere manier om gelukkig te zijn dan de fiets op te springen en te genieten van die avondse zonnestralen.

Het leven kan soms bijzonder simpel zijn.

Het gevoel van warmte en wind op je huid, het genieten van het tegen de wind in beuken en tegelijkertijd het verlangen van met de wind mee te knallen.  Het genot van het kleurenspel tussen schaduw en zon. De zon als heerser op het lichtgroene gras, het donkergroene gedeelte geregeerd door schaduw.

19.30 uur, er staat een goeie 40 kilometer op de teller. Om wat variatie in de tocht te brengen, trek je nog even gewapend met helm en een scherpe blik de stad in.

Het is donderdag en geen zondag, zondagse autoklungels zitten op dit uur al zetelend achter glas.  Of dat hoop je toch.

Nog geen 500 meter binnen de bebouwde kom, waar 50 km/uur dan wel regeert, word je op een voorrangsweg en bij een linksafslaand manoeuvre de pas afgesneden door een zwarte Renault Mégane.  De ervaring zorgt ervoor dat je pro-actief op de situatie kon inspelen en een ongeval kon vermijden.  De bestuurder tuft op zijn gemakje verder, zich van geen kwaad bewust.  Na 1200 meter word je genoodzaakt het fietspad te verlaten en in een trechter geduwd, gekneld tussen bewegende voertuigen aan je linkerkant en geparkeerde voertuigen aan je rechterkant.  Een man van seniorenleeftijd zwaait zijn portier net voor je ogen open.  Niet alleen het portier maar ook jezelf net niet tot blik herleid.

Fietsers, voor velen zijn dat spoken op wielen.

Automobilisten overal te lande vinden het onbegrijpelijk dat wij, de tweewielende zwakke weggebruiker,  soms een halve meter tussenafstand bewaren tussen ons koerspaard en een stilstaand voertuig.  ‘Rij rechts, godverdomme, terrorist!’.   Het waarom?-onwetend. Digital StillCamera

Een waslijst van ‘bijna-ongevallen’ komt  in elke fietstocht voor.    De inslaande manoeuvres en openslaande portieren zijn op twee handen in twee uur niet te tellen.

Wie wil fietsen, dient eerst gekneed te worden met preventie en defensie, om daarna hopelijk niet de oven in te gaan. Preventief en defensief fietsen, het zit er met de jaren gelukkig ingebakken.

Het verschil tussen platteland en stad is nauwelijks groter dan op een  fiets, vrijheid versus onderdrukking, gras- en akkergeur versus een toenemende verstikking.

Zo’n 20 fietsers per dag en 7000 (!) per jaar trokken ook de voordeur achter zich dicht, met de woorden ‘wees voorzichtig’ in hun oren weergalmend.  Maar kwamen niet ongeschonden uit de ‘strijd’.  De meesten van hen werden aangereden,  meegesleurd of raakten gekneld.  Soms met licht- of zwaargewonde gevolgen, af en toe met noodlottige afloop.  Soms kunnen woorden, effectief de laatste zijn.

Op een dag is het misschien jouw beurt…

Fietsen, dat is een boomerang  van emoties en ervaringen.

Het is altijd weten wanneer je vertrekt, nooit wanneer je thuiskomt.

Fietsen dat is leven…

Share the road

  Continue reading

Brainstorm: Toertocht door België

De zomermaanden zijn aangebroken, en iedereen vlucht naar alle uithoeken van de wereld: New York, Italië, Polen, Zuid-Afrika,…  Andere gaan op citytrip naar Barcelona, Milaan, Rome, …

Zou het eens geen goed idee zijn om in 2015 ons eigen land te verkennen?  En dat op een duurzame, gezonde, sociale manier met name met de (koers)fiets?

Dat denk ik ook, een plan die al jaren in mijn edele hersenen rondsluimerd.  Wel dit is een eerste start.  Een klein rittenschema doorheen ons land, in 7 dagen doorkruist, goed voor een 1.160 kilometer.  1.160 kilometers met platte banden, adembenemende landschappen, heuvelruggen, ardennentoppen, enz. enz..  1.160 kilometer die een ander beeld over ons land zal creëren.

Interesse? contact me! Gemiddelde snelheid: +/- 28 km/uur

Rittenschema:

1) Meulebeke – Lac de l’Eau d’Heure (186 km)

2) Lac de l’Eau d’Heure – Rochefort (167 km)

3) Rochefort – Arlon (151 km)

4) Arlon –  Visé (Wezet) (183 km)

5) Visé (Wezet) – Kalmthout (149 km)

6) Kalmthout – Knokke (148 km)

7) Knokke – Meulebeke (176 km)

Totaal: +/- 1160 kilometers bij benadering

 

Detailschema:

Rit 1:

Meulebeke – Kortrijk – Doornik – Ath – Bergen – Binche – Beaumont – Lac de l’eau d’Heure

Rit 2:

Lac de l’Eau d’Heure – Chimay – Dinant – Namen – Rochefort

Rit 3:

Rochefort – Bouillon – Neufchateau – Virton – Arlon

Rit 4:

Arlon – Bastogne – La Roche – Vielsalm – Spa – Visé (Wezet)

Rit 5:

Visé (Wezet) – Tongeren – Hasselt – Mol – Turnhout – Kalmthout

Rit 6:

Kalmthout – Antwerpen – Dendermonde – Gent – Maldegem – Knokke

Rit 7:

Knokke – Oostende – De Panne – Ieper – Heuvelland – Menen – Kortrijk – Meulebeke

 

Attentie: enkel een brainstorm, niet concreet.  Sharp the mind.

 

 

De lightversie

In de hedendaagse consumptiemaatschappij worden we allen overspoeld met producten allerhande. Van een blikje cola tot een kilo kaas, alle zichzelf respecterende producten hebben de afgelopen jaren een lightversie op de markt gebracht.

Lightproducten worden kortweg omschreven als goed en gezond, iets minder smaakvol maar toch de ‘echte’ versie zo dicht mogelijk benaderend.

Kinderen verlangen niet naar een light-ijsje, een light stuk chocolade of iets anders in de lightvorm. Kinderen dromen van de ‘real stuff’: echte cola of gewoon het echte werk, het heldendom of een hoogaangeschreven professionele loopbaan, kort verwoord als: arts, tandarts, piloot,…

Niemand droomt ervan om een lightversie van iets of iemand te worden. Als vlaming is ‘renner willen worden’ een veel voorkomende keuze. Niemand staat er als kind bij stil dat het echte renner worden, slechts voor witte raven is gereserveerd.

Als kleine jongen kijk je uit naar je verjaardag. Verlangende gevoelens naar cadeautjestijd en slagroomfeestjes. Na die ene dag in het jaar was het uitkijken naar ‘de heilige week’. Geen geloofsbetekenis, wel de week waarin ‘de’ verandert in hoofdlettervorm namelijk: DE voorjaarsklassiekers, althans voor Vlaanderen. De heilige drievuldigheid in rennersplanning: de Ronde van Vlaanderen, Gent-Wevelgem en tenslotte Parijs-Roubaix. De Vlaamse grenzen worden even opengebroken en de grond van het departement Nord Pas de Calais wordt voor 1 dag terug geallieerd gebied. Eénmaal dat achter de rug komen de ronderenners aan de oppervlakte en kijken we met verlangende ogen naar de zonnebloemenvelden om de gele trui te ontwaren.

 

De jaren ’80 waren mijn kindertijd. Namen als Phil Anderson, Steven Rooks, Gert-Jan Theunissen, Erik Vanderaerden en Eddy Planckaert klonken als heiligen in de oren. De Kluisberg, de Patersberg, de Koppenberg en de Kwaremont , Alpe D’Huez en de Galibier waren de orakels. De eerste vier porfiere moordenaars voor lichtgewichten, donskussens voor klassiekrenners, de laatste twee calorie- en zuurstofkillers voor klassiekrenners, speelterrein voor dartele pluimgewichten.

 

Kleine jongens zoals ik keken met grote ogen naar de buis, dromend van meer. Na de podiumceremonie, jezelf hijsend in die veel te grote koerstrui, vol verlangens om de huid van ‘Eddy Planckaert’ even aan te trekken en het orakel van de Kwaremont te vervangen door een rondje in de wijk of de restheuvel ‘Poelberg’ te aanzien als de lokale Galibier, respectievelijk 22 en 1924 hoogtemeters. Met op het einde uiteraard je twee armen verticaal in de lucht gooiend.

 

En dan jaren later, trek je een echte gesponsorde koerstrui aan van de plaatselijke wielerclub. En stelselmatig bouw je aan die ene kinderdroom: wielerheld worden. En toen in de zomer van 1999, wordt aan die kleine jongen van vroeger plotseling de vraag gesteld of hij zich niet wil aansluiten bij het Planckaert-team met als ploegleider de heilige uit de jaren ’80: Eddy Planckaert. De kleine jongen met de grote ogen werd de grotere jongen met de vraagstellende ogen.

 

Eddy gaf ons tijdens ploegtrainingen doorheen de verschillende orakels, verhalen en tips uit de jaren ’80. Twee geheimen van de Kwaremont: bij het begin van de kasseienstrook ligt er op je linkse zijde een twintigtal meter betonnen goot, al de rest is toegeplaveid met kasseien. Het is daar, op die twintig meter dat je je snelheid een laatste keer kan opdrijven.

En ook de beperkte breedte speelde een rol: zo werden bij de ploegtactiek niet enkel afspraken gemaakt wie knechtte en wie waar naar voor bracht. Eén kleinere renner kreeg de rol van ‘dwarsligger’. De dwarsligger was een wegversperring in menselijke gedaante: de man die na de kopmannen en hun luitenanten reed en op het smalle stuk met langs beide zijden hoogopgaande grasbermen, zich horizontaal liet neerploffen, zodat de weg versperd werd en de kopmannen op de zuinigst mogelijke manier een voorsprong opbouwden. Ook dat is koers. Naast de kopmannen, de luitenanten, de helpers waren er dus ook de dwarsliggers. Maar zelf de dwarsliggers zijn geen lightversies. Ze vervullen hun rol, ervaren hun kinderdroom in professionele vorm.

 Renners, zoals ik, die het semiprofessionele toneel nooit konden ontvluchten, leunen veel dichter aan bij die lightversie.

 De lightrenner heeft zijn grenzen en respecteert die ook. De lightrenner genoot van zijn momenten, en ook hij kan zijn ervaringen met zijn (toekomstige) (klein)kinderen delen. Ook hij heeft ervaringen beleefd. Waar het leven van de professionele goden stopt bij de heilige Drievuldigheid: eten, rusten en trainen schakelt de lightversie enkele tanden groter en zet die heilige drievuldigheid om in een zalige veelvuldigheid: trainen, rusten, (veel en lekker) eten, maar vooral genieten en oprecht leven…

 

 Een lightversie zijn is zo slecht nog niet…

 

King Küng

King Küng

Het is 3 juli 2004. De Tour start in Luik.

Op het menu: een proloog van 6.1 kilometer.

700 kilometer verder zit kleine Stefan, met enige trots, in de zetel genesteld.

Stefan is tien en is voor de eerste keer ‘home alone’.

Huize Küng voelt aan als koninkrijk Küng.

Tienjarige Stefan zapt heen en weer, Stefan heeft geen zin in de gebruikelijke tekenfilms. Zijn ogen vallen op twee mogelijke keuze’s: King Kong op SF2 of ‘fietsende mannen met kromme sturen’ op SF1. Stefan besluit om even stil te staan bij SF1. Niet lang na de keuze , glijdt Fabian Cancellara van het startpodium. Een Zwitserse vlag verschijnt op het scherm. Stefan zijn aandacht is minstens voor 7 minuten gevestigd.

De piepjonge Cancellara flitst en zet de voorlopig beste tijd neer. De stemtoon van de Zwitserse commentator is lyrisch. De blinkende gespierde benen, de lycra-pakjes, de snelheid, de duizenden en duizenden supporters, … zorgen ervoor dat de microbe zich stilaan in de jonge Stefan nestelt. De 7 minuten worden algauw twee uur, koninkrijk Küng vervaagt in het niks, Stefan gaat continentaal en zit met volle gedachten in Luik, waar een 23-jarige landgenoot zijn grote doorbraak afdwingt.

Twee dames tooien Cancellara in het geel. De vakantieplanning voor de komende weken staat vast. ’s Ochtends dost Stefan zich uit in een geel katoenen t-shirt en kruipt hij voor even in de rol van een dertienjaar oudere landgenoot. In de namiddag is de zetel zijn gereserveerde plaats.

Gele Fabian zorgt voor opvolging.

Stefan Küng is er één van. De komende tien jaar werken zowel Stefan als Fabian een vergelijkbaar traject af, uiteraard op een verschillend niveau maar met dezelfde hoogtes en laagtes.

Tien jaar van komen en gaan. Trainingsmaatjes van Stefan en tientallen andere Stefans blijken niet voldoende fysiek talent te hebben, onvoldoende motivatie, te weinig moreel talent, kiezen voor een ander leven of hun talent wordt niet gedetecteerd. Stefan Küng beschikt echter over Fabiaanse genen en ruilt het katoenen t-shirt al snel in voor lycra-exemplaren.

Stefan groeit op in schaduw Fabian en krijgt door de jeugdopleiding de tijd die nodig is om te groeien en te bloeien. Talentdetectie en hoe ermee om te gaan, steeds meer wordt het een noodzaak. Stefan Küng, een rasechte Zwitser gestald zowel op als naast de fiets bij BMC (Development Team). Elf jaar na het proloog-gesmul stapt Stefan de voetsporen van Fabian werkelijk binnen en treedt de tempel van de WorldTour binnen. Tijd om de schaduw te ontgroeien.

In het voorjaar won Stefan o.a. de Ardense pijl en de ronde van Normandië. Het voorbije weekend werd hij Europees kampioen zowel in het tijdrijden als in de wegrit.

King Küng!

Pol en plein

Het Polenplein zorgt voor opschudding.  Voor niet-lokalen: het Polenplein vervult geen pleinfunctie, wel een verkeersfunctie.  Geen plaats voor ontmoeting tenzij voor de deur van de bakker.  Geen esthetisch karakter, tenzij parfumerie Elsie die verzorgt. Een 45 graden bocht.  Snelheid: 50 km/uur, ontwerpsnelheid: 50 km/uur. Enkele ongevallen per jaar, reden onbekend.

Lokale weggebruikers weten voldoende hoe de bocht in te schatten, voor niet-lokale gebruikers is er weinig reden om deze anders in te schatten dan de lokale bevolking.  Een op het eerste zicht duidelijke situatie. En toch, af en toe negeert een weggebruiker de 45 graden bocht en maakt van parfumerie Elsie de eerste drive-in op Tielts grondgebied.

De plaatselijke opinie krijst om hulp.  De lokale pers springt hier gretig op in.  De plaatselijke politiek wordt onder druk gezet.

Er dienen maatregelen te volgen.

Een snelheidszone van 30 km/uur wordt ingesteld.  Een perfecte communicatie volgt.  Er wordt interambtelijk samengewerkt.  AWV, stad Tielt en de politiezone Regio Tielt slaan de handen voorbeeldig in elkaar.  Het agentschap Wegen en Verkeer (AWV) zorgt op vraag van de stad voor een zone 30.  De politiezone Regio Tielt zorgt voor de preventie via digitale informatieborden en later voor de broodnodige repressie.  Stad Tielt zorgt voor de communicatie.  Althans dit is de normale gang van zaken.  Niks aan de hand.  Prima uitwerking. En toch zorgt de regelmatige repressie voor wrevel.  Tientallen Jannen en Pollen openen hun brievenbus en dienen te betalen voor een snelheidsinbreuk begaan op het Polenplein.  Kasvulling, pestboetes,… en veel meer krachtige kernwoorden volgen.

De verbalisant is kop van jut.  Nochtans de man doet zijn werk.  Net zoals Jan postbode is, en Pol bakker, is Dirk politie-inspecteur.

Dirk zorgt voor de veiligheid van de bewoners van het Polenplein.  Zonder repressie: geen naleving van de snelheidsbeperking.

Dirk volgt orders van bovenaf en ‘bovenaf’ ontvangt vraag en druk uit politieke hoek.  Dirk zorgt voor veiligheid en leefbaarheid. Dirk redt levens op het politionele grondgebied.  Een ambtenaar die zijn functie vervult.

Wanneer er te snel gereden wordt in de straat van Jan en Pol dan zal dezelfde Dirk gevraagd worden om ‘eindelijk eens te komen flitsen’ met andere woorden ‘te zorgen voor de veiligheid van Jan en Pol, hun vrouw, hun kinderen,…’.

Ook dan dienen ‘te snelle’ weggebruikers hun gedrag over te schrijven op een bankrekening.  Niet Dirk zijn bankrekening.  Een bankrekening op federaal niveau.  Een bankrekening waar Dirk, bovenaf en de politieke hoek niks aan hebben.

Nee, Dirk die deed zijn job.  Wees niet onthutst, fouten maken is menselijk.  Een bord niet zien is geen doodzonde, een overschrijving en alles is vergeten.  Dezelfde overschrijving dient om de veiligheid en de infrastructuur op federaal vlak te ondersteunen.

En stel uzelf eens in de plaats: stel, U rijdt op een weg waar een snelheidsbeperking van 70 km/uur van kracht is, het is duister en Pol denkt ‘ik schep nog een luchtje’, Pol dwarst de straat, en net op dat moment wordt Pol gegrepen door Jan.

Pol is op slag dood.  Jan reed met een snelheid van 72 km/uur.  Slechts 2 km/uur te snel maar de media spreekt in algemene termen ‘de aanrijder reed te snel’…

Ja, U weet, de publieke opinie is hard.

Jan reed te snel…