Brainstorm: Toertocht door België

De zomermaanden zijn aangebroken, en iedereen vlucht naar alle uithoeken van de wereld: New York, Italië, Polen, Zuid-Afrika,…  Andere gaan op citytrip naar Barcelona, Milaan, Rome, …

Zou het eens geen goed idee zijn om in 2015 ons eigen land te verkennen?  En dat op een duurzame, gezonde, sociale manier met name met de (koers)fiets?

Dat denk ik ook, een plan die al jaren in mijn edele hersenen rondsluimerd.  Wel dit is een eerste start.  Een klein rittenschema doorheen ons land, in 7 dagen doorkruist, goed voor een 1.160 kilometer.  1.160 kilometers met platte banden, adembenemende landschappen, heuvelruggen, ardennentoppen, enz. enz..  1.160 kilometer die een ander beeld over ons land zal creëren.

Interesse? contact me! Gemiddelde snelheid: +/- 28 km/uur

Rittenschema:

1) Meulebeke – Lac de l’Eau d’Heure (186 km)

2) Lac de l’Eau d’Heure – Rochefort (167 km)

3) Rochefort – Arlon (151 km)

4) Arlon –  Visé (Wezet) (183 km)

5) Visé (Wezet) – Kalmthout (149 km)

6) Kalmthout – Knokke (148 km)

7) Knokke – Meulebeke (176 km)

Totaal: +/- 1160 kilometers bij benadering

 

Detailschema:

Rit 1:

Meulebeke – Kortrijk – Doornik – Ath – Bergen – Binche – Beaumont – Lac de l’eau d’Heure

Rit 2:

Lac de l’Eau d’Heure – Chimay – Dinant – Namen – Rochefort

Rit 3:

Rochefort – Bouillon – Neufchateau – Virton – Arlon

Rit 4:

Arlon – Bastogne – La Roche – Vielsalm – Spa – Visé (Wezet)

Rit 5:

Visé (Wezet) – Tongeren – Hasselt – Mol – Turnhout – Kalmthout

Rit 6:

Kalmthout – Antwerpen – Dendermonde – Gent – Maldegem – Knokke

Rit 7:

Knokke – Oostende – De Panne – Ieper – Heuvelland – Menen – Kortrijk – Meulebeke

 

Attentie: enkel een brainstorm, niet concreet.  Sharp the mind.

 

 

Advertisements

De lightversie

In de hedendaagse consumptiemaatschappij worden we allen overspoeld met producten allerhande. Van een blikje cola tot een kilo kaas, alle zichzelf respecterende producten hebben de afgelopen jaren een lightversie op de markt gebracht.

Lightproducten worden kortweg omschreven als goed en gezond, iets minder smaakvol maar toch de ‘echte’ versie zo dicht mogelijk benaderend.

Kinderen verlangen niet naar een light-ijsje, een light stuk chocolade of iets anders in de lightvorm. Kinderen dromen van de ‘real stuff’: echte cola of gewoon het echte werk, het heldendom of een hoogaangeschreven professionele loopbaan, kort verwoord als: arts, tandarts, piloot,…

Niemand droomt ervan om een lightversie van iets of iemand te worden. Als vlaming is ‘renner willen worden’ een veel voorkomende keuze. Niemand staat er als kind bij stil dat het echte renner worden, slechts voor witte raven is gereserveerd.

Als kleine jongen kijk je uit naar je verjaardag. Verlangende gevoelens naar cadeautjestijd en slagroomfeestjes. Na die ene dag in het jaar was het uitkijken naar ‘de heilige week’. Geen geloofsbetekenis, wel de week waarin ‘de’ verandert in hoofdlettervorm namelijk: DE voorjaarsklassiekers, althans voor Vlaanderen. De heilige drievuldigheid in rennersplanning: de Ronde van Vlaanderen, Gent-Wevelgem en tenslotte Parijs-Roubaix. De Vlaamse grenzen worden even opengebroken en de grond van het departement Nord Pas de Calais wordt voor 1 dag terug geallieerd gebied. Eénmaal dat achter de rug komen de ronderenners aan de oppervlakte en kijken we met verlangende ogen naar de zonnebloemenvelden om de gele trui te ontwaren.

 

De jaren ’80 waren mijn kindertijd. Namen als Phil Anderson, Steven Rooks, Gert-Jan Theunissen, Erik Vanderaerden en Eddy Planckaert klonken als heiligen in de oren. De Kluisberg, de Patersberg, de Koppenberg en de Kwaremont , Alpe D’Huez en de Galibier waren de orakels. De eerste vier porfiere moordenaars voor lichtgewichten, donskussens voor klassiekrenners, de laatste twee calorie- en zuurstofkillers voor klassiekrenners, speelterrein voor dartele pluimgewichten.

 

Kleine jongens zoals ik keken met grote ogen naar de buis, dromend van meer. Na de podiumceremonie, jezelf hijsend in die veel te grote koerstrui, vol verlangens om de huid van ‘Eddy Planckaert’ even aan te trekken en het orakel van de Kwaremont te vervangen door een rondje in de wijk of de restheuvel ‘Poelberg’ te aanzien als de lokale Galibier, respectievelijk 22 en 1924 hoogtemeters. Met op het einde uiteraard je twee armen verticaal in de lucht gooiend.

 

En dan jaren later, trek je een echte gesponsorde koerstrui aan van de plaatselijke wielerclub. En stelselmatig bouw je aan die ene kinderdroom: wielerheld worden. En toen in de zomer van 1999, wordt aan die kleine jongen van vroeger plotseling de vraag gesteld of hij zich niet wil aansluiten bij het Planckaert-team met als ploegleider de heilige uit de jaren ’80: Eddy Planckaert. De kleine jongen met de grote ogen werd de grotere jongen met de vraagstellende ogen.

 

Eddy gaf ons tijdens ploegtrainingen doorheen de verschillende orakels, verhalen en tips uit de jaren ’80. Twee geheimen van de Kwaremont: bij het begin van de kasseienstrook ligt er op je linkse zijde een twintigtal meter betonnen goot, al de rest is toegeplaveid met kasseien. Het is daar, op die twintig meter dat je je snelheid een laatste keer kan opdrijven.

En ook de beperkte breedte speelde een rol: zo werden bij de ploegtactiek niet enkel afspraken gemaakt wie knechtte en wie waar naar voor bracht. Eén kleinere renner kreeg de rol van ‘dwarsligger’. De dwarsligger was een wegversperring in menselijke gedaante: de man die na de kopmannen en hun luitenanten reed en op het smalle stuk met langs beide zijden hoogopgaande grasbermen, zich horizontaal liet neerploffen, zodat de weg versperd werd en de kopmannen op de zuinigst mogelijke manier een voorsprong opbouwden. Ook dat is koers. Naast de kopmannen, de luitenanten, de helpers waren er dus ook de dwarsliggers. Maar zelf de dwarsliggers zijn geen lightversies. Ze vervullen hun rol, ervaren hun kinderdroom in professionele vorm.

 Renners, zoals ik, die het semiprofessionele toneel nooit konden ontvluchten, leunen veel dichter aan bij die lightversie.

 De lightrenner heeft zijn grenzen en respecteert die ook. De lightrenner genoot van zijn momenten, en ook hij kan zijn ervaringen met zijn (toekomstige) (klein)kinderen delen. Ook hij heeft ervaringen beleefd. Waar het leven van de professionele goden stopt bij de heilige Drievuldigheid: eten, rusten en trainen schakelt de lightversie enkele tanden groter en zet die heilige drievuldigheid om in een zalige veelvuldigheid: trainen, rusten, (veel en lekker) eten, maar vooral genieten en oprecht leven…

 

 Een lightversie zijn is zo slecht nog niet…

 

King Küng

King Küng

Het is 3 juli 2004. De Tour start in Luik.

Op het menu: een proloog van 6.1 kilometer.

700 kilometer verder zit kleine Stefan, met enige trots, in de zetel genesteld.

Stefan is tien en is voor de eerste keer ‘home alone’.

Huize Küng voelt aan als koninkrijk Küng.

Tienjarige Stefan zapt heen en weer, Stefan heeft geen zin in de gebruikelijke tekenfilms. Zijn ogen vallen op twee mogelijke keuze’s: King Kong op SF2 of ‘fietsende mannen met kromme sturen’ op SF1. Stefan besluit om even stil te staan bij SF1. Niet lang na de keuze , glijdt Fabian Cancellara van het startpodium. Een Zwitserse vlag verschijnt op het scherm. Stefan zijn aandacht is minstens voor 7 minuten gevestigd.

De piepjonge Cancellara flitst en zet de voorlopig beste tijd neer. De stemtoon van de Zwitserse commentator is lyrisch. De blinkende gespierde benen, de lycra-pakjes, de snelheid, de duizenden en duizenden supporters, … zorgen ervoor dat de microbe zich stilaan in de jonge Stefan nestelt. De 7 minuten worden algauw twee uur, koninkrijk Küng vervaagt in het niks, Stefan gaat continentaal en zit met volle gedachten in Luik, waar een 23-jarige landgenoot zijn grote doorbraak afdwingt.

Twee dames tooien Cancellara in het geel. De vakantieplanning voor de komende weken staat vast. ’s Ochtends dost Stefan zich uit in een geel katoenen t-shirt en kruipt hij voor even in de rol van een dertienjaar oudere landgenoot. In de namiddag is de zetel zijn gereserveerde plaats.

Gele Fabian zorgt voor opvolging.

Stefan Küng is er één van. De komende tien jaar werken zowel Stefan als Fabian een vergelijkbaar traject af, uiteraard op een verschillend niveau maar met dezelfde hoogtes en laagtes.

Tien jaar van komen en gaan. Trainingsmaatjes van Stefan en tientallen andere Stefans blijken niet voldoende fysiek talent te hebben, onvoldoende motivatie, te weinig moreel talent, kiezen voor een ander leven of hun talent wordt niet gedetecteerd. Stefan Küng beschikt echter over Fabiaanse genen en ruilt het katoenen t-shirt al snel in voor lycra-exemplaren.

Stefan groeit op in schaduw Fabian en krijgt door de jeugdopleiding de tijd die nodig is om te groeien en te bloeien. Talentdetectie en hoe ermee om te gaan, steeds meer wordt het een noodzaak. Stefan Küng, een rasechte Zwitser gestald zowel op als naast de fiets bij BMC (Development Team). Elf jaar na het proloog-gesmul stapt Stefan de voetsporen van Fabian werkelijk binnen en treedt de tempel van de WorldTour binnen. Tijd om de schaduw te ontgroeien.

In het voorjaar won Stefan o.a. de Ardense pijl en de ronde van Normandië. Het voorbije weekend werd hij Europees kampioen zowel in het tijdrijden als in de wegrit.

King Küng!

Pol en plein

Het Polenplein zorgt voor opschudding.  Voor niet-lokalen: het Polenplein vervult geen pleinfunctie, wel een verkeersfunctie.  Geen plaats voor ontmoeting tenzij voor de deur van de bakker.  Geen esthetisch karakter, tenzij parfumerie Elsie die verzorgt. Een 45 graden bocht.  Snelheid: 50 km/uur, ontwerpsnelheid: 50 km/uur. Enkele ongevallen per jaar, reden onbekend.

Lokale weggebruikers weten voldoende hoe de bocht in te schatten, voor niet-lokale gebruikers is er weinig reden om deze anders in te schatten dan de lokale bevolking.  Een op het eerste zicht duidelijke situatie. En toch, af en toe negeert een weggebruiker de 45 graden bocht en maakt van parfumerie Elsie de eerste drive-in op Tielts grondgebied.

De plaatselijke opinie krijst om hulp.  De lokale pers springt hier gretig op in.  De plaatselijke politiek wordt onder druk gezet.

Er dienen maatregelen te volgen.

Een snelheidszone van 30 km/uur wordt ingesteld.  Een perfecte communicatie volgt.  Er wordt interambtelijk samengewerkt.  AWV, stad Tielt en de politiezone Regio Tielt slaan de handen voorbeeldig in elkaar.  Het agentschap Wegen en Verkeer (AWV) zorgt op vraag van de stad voor een zone 30.  De politiezone Regio Tielt zorgt voor de preventie via digitale informatieborden en later voor de broodnodige repressie.  Stad Tielt zorgt voor de communicatie.  Althans dit is de normale gang van zaken.  Niks aan de hand.  Prima uitwerking. En toch zorgt de regelmatige repressie voor wrevel.  Tientallen Jannen en Pollen openen hun brievenbus en dienen te betalen voor een snelheidsinbreuk begaan op het Polenplein.  Kasvulling, pestboetes,… en veel meer krachtige kernwoorden volgen.

De verbalisant is kop van jut.  Nochtans de man doet zijn werk.  Net zoals Jan postbode is, en Pol bakker, is Dirk politie-inspecteur.

Dirk zorgt voor de veiligheid van de bewoners van het Polenplein.  Zonder repressie: geen naleving van de snelheidsbeperking.

Dirk volgt orders van bovenaf en ‘bovenaf’ ontvangt vraag en druk uit politieke hoek.  Dirk zorgt voor veiligheid en leefbaarheid. Dirk redt levens op het politionele grondgebied.  Een ambtenaar die zijn functie vervult.

Wanneer er te snel gereden wordt in de straat van Jan en Pol dan zal dezelfde Dirk gevraagd worden om ‘eindelijk eens te komen flitsen’ met andere woorden ‘te zorgen voor de veiligheid van Jan en Pol, hun vrouw, hun kinderen,…’.

Ook dan dienen ‘te snelle’ weggebruikers hun gedrag over te schrijven op een bankrekening.  Niet Dirk zijn bankrekening.  Een bankrekening op federaal niveau.  Een bankrekening waar Dirk, bovenaf en de politieke hoek niks aan hebben.

Nee, Dirk die deed zijn job.  Wees niet onthutst, fouten maken is menselijk.  Een bord niet zien is geen doodzonde, een overschrijving en alles is vergeten.  Dezelfde overschrijving dient om de veiligheid en de infrastructuur op federaal vlak te ondersteunen.

En stel uzelf eens in de plaats: stel, U rijdt op een weg waar een snelheidsbeperking van 70 km/uur van kracht is, het is duister en Pol denkt ‘ik schep nog een luchtje’, Pol dwarst de straat, en net op dat moment wordt Pol gegrepen door Jan.

Pol is op slag dood.  Jan reed met een snelheid van 72 km/uur.  Slechts 2 km/uur te snel maar de media spreekt in algemene termen ‘de aanrijder reed te snel’…

Ja, U weet, de publieke opinie is hard.

Jan reed te snel…

Mijn naam is Klaas

Veldrijden versus World Tour. Sven, Klaas en Jan versus Joaquin,Taylor en Bradley.

Ruddervoorde, Gavere , Middelkerke versus Tour down under , Championnats du monde, Il Lombardia.

 

Veldrijden is Vlaanderen, Vlaanderen is veldrijden.  Een matrimonium tussen sport en landsgedeelte.

 

Wat schaatsen is voor Nederlanders, is veldrijden voor Vlamingen.  Olympisch versus folklore.

 

Een wereld vol publicplacement: bochten gevuld met in elkaar geflanste bordjes  en gepimpte paraplu’s  met literaire schrijfsels als: ‘Café Flandria, Zwevezele groet Sven Nys’ of nog origineler ‘Kurt, uw brood- en banketbakker’.

 

1.151.000.

 

Zoveel Vlamingen zagen Klaas Vantornout Belgisch kampioen veldrijden worden.  Een marktaandeel van 75%…

 

Een foto van Klaas bij een rondje ‘wie ben ik?’ over de taal en landsgrens heen en bijna niemand beantwoordt de vraag correct.  Moeilijkheidsfactor rood.

 

Mijn naam is Klaas.  Een pees van 186 cm.  Voor Klaas geen dictie.  Klaas is oprecht, altijd en overal zichzelf.  Hier ben ik, Klaas uit Torhout.

 

1995: Klaas was 13, ik was 13.  Aspiranten van het stalen ros.  2013, Klaas is 30 en kampioen, ik ben 30 en… schrijf, denk en mijmer.

 

Hulde! Voor altijd kampioen. Rechtstreeks de geschiedenisboeken in, schepper van folklore,  poenscheppende modderduivel, posterboy en toch ook weer niet, want mijn naam is Klaas.

 

Voor Klaas geen dictie en geen gejank, enkel authenticiteit.

Drie woorden altijd in het achterhoofd en onmiddellijk uitspreekbaar: Sunweb-Napoleon Games.  Zijn broodheer.  Een kudde van diversiteit met ingestampte publiciteit.  Weg authenticiteit, leve professionaliteit.

 

De kudde haalde Kevin (Pauwels) binnen, en koppelde een tactiek uit de atletiek aan het veldrijden.  Kevin werd veldheer, gehuld in een mist van geslotenheid en Klaas?

 

Die werd haas…

De kinderdroom

Kinderen hebben dromen, gelukkig maar.  De één droomt ervan piloot te worden, de ander wil ‘boeven pakken’, de ander wil dokter worden, velen willen voetballer worden en anderen willen dan weer ‘coureur’ worden.

 

Stuk voor stuk ambitieuze dromen.  Zelden denkt een kind om ‘standaard’ te zijn.  Er moet avontuur, aanzien of pit inzitten.

 

Ook ik werd op jonge leeftijd met een ‘microbe’ getroffen: de wielervariant.

 

Laatst vroeg ik me spontaan af, hoe komt een kind er eigenlijk bij om coureur te worden?

Geen auto- of motorcoureur, maar simpelweg coureur op twee wielen waarbij de bewegingsenergie afhankelijk is vanuit de kracht van twee benen.

 

Het deed me nadenken, en de vraag kwam in me op, of een kind van 11, 12 jaar (soms zelf jonger) stilstaat bij het feit van het ‘medisch valsspelen’.

 

De vraag om te mogen koersen komt altijd van het kind, het antwoord ligt bij de ouders.  Vroeger was de eerste vraag aan pa of ma: ‘Mag ik koersen?’.  Verondersteld wordt dat dit nog steeds de eerste vraag is, toendertijd (ik spreek over de jaren ’90) werd een eerste antwoord gegeven in de lijn van: ‘lieve dochter of zoon, daar moeten we eerst even over nadenken hoor’.

 

Toen er uiteindelijk een antwoord volgde op de ja of neen vraag werd uit de kindermond een tweede vraag aan de ouders afgevuurd: ‘en krijg ik dan ook een echte koersfiets?’.  Het antwoord hierop was vaak gekoppeld aan het cijfer op het schoolrapport.

 

Ik hoop dat het vragen(v)uurtje tussen kind en ouder nog steeds loopt zoals in de jaren ’90.  En dat de tweede vraag niet gewijzigd is in ‘en moet ik dan ook doping nemen’, of nog erger: ‘en mag ik dan ook doping nemen?’.

 

De gedachte van ouders ‘Als hij maar geen voetballer wordt, wijzigt dan snel in ‘als hij maar voetballer wordt,, zwemmer, of golfer,…  Alles behalve een éénzame fietser (en momenteel zijn velen ook effectief eenzaam…).

 

En toch, als mijn kind me later vraagt van: ‘mag ik coureur worden’ dan zeg ik zonder verpinken ‘ja’.

 

Dromen moet je beleven…

 

Nu vele jaren later wordt mij nog dikwijls (veelal door personen die het woord ‘sport’ enkel maar vanop tv kennen) de vraag gesteld of ik niet enorm veel gemist heb in mijn jeugd.  En daarmee doelen ze op het feit dat het makkelijke jeugdige leven, gevuld met feestjes en braspartijen ingeruild werd voor een leven zonder veel uitspattingen maar voorzien met veel trainingstochtjes doorheen de verschillende natuurelementen.

 

En dan stel ik me de vraag, weliswaar binnenskamers: heb jij dan de cocoon gekend om toe te leven naar een belangrijke wedstrijd?  Simpel verlangd naar een warme douche na een koude tocht? Geproefd van de smaak van een overwinning maar evengoed de behoefte naar een stuk chocolade na weer al eens een onmoeting met de man met de hamer?

Had jij tijdens één van je vele feestjes supporters die hun vrije tijd opofferden om jou aan het werk te zien en zichtbaar genoten?  Of beleefde jij een voldaan gevoel toen je ’s morgens terug in je bed lag na een nachtje doorstappen, hetzelfde voldane gevoel die sporters ervaren na een trainingstocht met blokjes of een lange tocht doorheen de vlaamse ardennen, vol schilderachtige landschappen?  Ooit het gevoel gekend van in topvorm te verkeren en je op en top gezond te voelen?  Het trots zijn op jezelf na een overwinning of gewoon een goede wedstrijd,  het beter zijn dan de ander en het leiden koppelen aan laten lijden?  Nog niet gesproken over de bijkomende aandacht die prestaties met zich meebrengen,…

 

Het wielrennen neemt veel, maar geeft ook veel.  En ja, dat is in elke sport wel zo.

Slechts enkelingen maken effectief de droom ook waar, niet altijd omdat ze beter of slimmer zijn, soms eenvoudigweg door het lot, een portie geluk of gewoon het maken van keuzes…

 

Maar één ding blijft voor allen gelden:  het beleven van ervaringen en gevoelens en het beleven van dromen.  En is het beleven niet veel belangrijker dan het waarmaken…?

 

Papa, mag ik koersen?

Lance Edward Gunderson

Bij ons thuis op de kast prijkt een foto van mijn pa met Lance Armstrong.  Het is zowat het enige waar ik jaloers op ben.  Ook nu, na de vele verhalen, de verloren titels, de blamages in de pers wou ik dat ikzelf voor altijd op de foto vereeuwigd werd.

Ja, Lance is een bedrieger.  Ja, Lance nam doping. Ja, Lance speelde een spelletje met pers en supporters. Maar vooral: Ja, Lance is en blijft ‘mijn’ kampioen.

Wereldkampioen op zijn 21ste. Voorbeeld voor velen in bange dagen. Vechter. Meervoudig tourwinnaar, winnaar van klassiekers, winnaar van het leven. Uitgespuwd door de pers, bewonderd door (ex-) kampioenen (Museeuw, Jalabert…).

Museeuw bekende enkele weken geleden het feit dat iedereen ‘het deed’.  Jalabert blijft Lance een groot kampioen vinden, een halve bekentenis.  Kampioenen van de jaren ’90 steunen elkaar.  De pers publiceert hierover kleine regels, de grote regels gaan over ‘de boeman van het wielrennen’, de bedrieger, …

Eén vraag wordt door alle sportjournalisten echter niet gesteld, vergeten, genegeerd.  Als kampioenen van de jaren ’90 bekennen dat iedereen het drieletterwoord tot zich nam…  Want er mag toch gesteld worden dat Museeuw en Jalabert, real insiders, weten waarover ze spreken?  Waarom wordt dit dan niet meer besproken?  Worden al hun overwinningen ook afgenomen omdat ze allen aan hetzelfde potje zaten?  Is het niet bijzonder naïef te denken dat enkel US Postal een uitgekiend dopingbeleid had?  Museeuw en Jalabert werden tenslotte echter ook nooit positief bevonden…

Allen waren in hetzelfde bedje ziek.  Sportjournalisten zijn ook afhankelijk van wat ze publiceren, ook daar geldt blijkbaar de omerta.  Interviews met interessante renners kunnen tenslotte geweigerd worden en pers en sport hebben elkaar nu éénmaal nodig.

Aan Lance Armstrong stel ik voor om zijn naam terug te wijzigen.  Als Lance Edward Gunderson treedt hij immers een nieuw onbestaand leven binnen.

Aan de sportjournalisten wil ik vragen om open boek te spelen, en de kap met  journalistieke hypocrisie achter de haag te werpen, binnen enkele maanden en ook jaren worden we immers terug wat wijzer.  Mister Proper kennen we van de reclame en ook die is niet altijd even waarheidsgetrouw…

Mijn slaapkamermuur blijft bekleed met 1 poster… en die blijft hangen.  Ja, Lance hangt…