Professioneel toerisme

Zoals u weet, of niet weet, haak ik soms nog mijn koersfiets van de muur om een wedstrijdje te betwisten.  Geen wedstrijden meer van 120 tot 165 km zoals vroeger maar gewoon wedstrijdjes van 60 tot 70 kilometer.  Geen wedstrijden meer met de ambitie om misschien wel die jongensdroom te realiseren maar gewoon wedstrijdjes om de conditie wat te onderhouden en de gezondheid te ‘soigneren’.

Wedstrijden rijdt men bij de ‘echte’ wielerbond, hoofdzakelijk mannen met ambitie om later dit jaar misschien wel een profcontract te ondertekenen of een mooie bijverdienste bijeen te fietsen.  Wedstrijdjes rijdt men bij de nevenbond in allerlei pluimages van LWU over OVWF tot WAOD.  De lijst van ‘nevenbonden’ is lang.  Zowat alles en iedereen kom je er tegen van achttienjarigen tot 65-plussers.  Van ongetraind tot overtraind.  Het vreemde is: steeds meer lijkt het of men bij de nevenbond sneller de pedalen kwijt is dan bij de wielerbond.  In de winter al helemaal, de ‘landelijke renners en crossers’ (LRC) investeren hun zuurverdiende maandloon in een veel te grote mobilhome om toch maar niet uit de toon te vallen op de wei van boer Charles.

Op de weg is het materialisme nog niet doorgedrongen maar de wintervoorbereiding als een voleerde prof des te meer.  U moet weten, de nevenbond werd in het leven geroepen om mannen zoals ik, hun hongerige competitieve beestje te stillen.  Mannen die een professionele carrière  hoger inschatten dan wat rondjes fietsen in Lotenhulle of Markegem.  Mannen die hun gezin liever zien dan hun fiets.  Mannen die gewoon enkele keren per jaar eens goed willen puffen en zweten.  Mannen die blij zijn een paar uur per week hun hoofd leeg te maken door hun fiets af te haken en het Vlaamse veld te doortrappelen.

Het professioneel toerisme/amateurisme van zij die de nevenbond voor veel te serieus nemen, maakt het voor die mannen onmogelijk om een rugnummer op te spelden en een uur en een half later de waslap op te nemen en de voldoening van het afzien af te spoelen.  Door hen wordt afzien, martelen.

Deze winter zag ik op de fietsapp Strava de gekste duurtrainingen verschijnen, niet van mannen die wedstrijden rijden maar gewoon mannen die wedstrijdjes rijden.  Trainingen van 150, 160 kilometer waren geen uitzondering.  Tien tot vijftien trainingsuren per week waren dat ook niet. De vraag ‘Waarom?’ kwam telkens bij me op.  Waarom in godsnaam?  Geld valt er niet te winnen, respect al helemaal niet.

Sommigen zijn duidelijk de pedalen kwijt.  Of ben ik zelf de pedalen kwijt?

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s