Vervang paraplu’s door parasols. Maak van de eenzame fietser een sociaal gelukkige fietser.

Infrabel delft binnenkort het graf van ‘Overweg 16’.  Een kruisloos graf want het Sint-Andrieskruis wordt samen met de volledige inrichting van de overweg in een achterkamertje opgeborgen.

Het afsluiten van overwegen betekent steeds een inperking van onze vrijheid en stuit dus op weerstand.  De beslissing om de overweg in de Driesstraat te sluiten werd al jaren geleden beklonken*.  Een beslissing in samenspraak met de stad ten voordele van een verhoogde veiligheid en een stiptere dienstregeling.  Of dat laatste een Infrabel-grapje is, is niet bekend.  Wie vermoedt dat de sluiting natte vingerwerk is, is eraan voor de moeite.  Alles gebeurt op basis van mobiliteitsstudies en risico-analyses.  Zo staat in bulletin B055 van De Kamer te lezen dat men objectieve beslissingen neemt aan de hand van tellingen van het aantal wegvoertuigen, tellingen van het Agentschap Wegen en Verkeer of de stad.  U leest het goed: het in beeld brengen van wegvoertuigen…

Het opvragen van concrete cijfers bij Infrabel levert vooral dwarsliggers op.

Dat is uiteraard niet toevallig.  Op de website van Infrabel staan de ongevalsgegevens op overwegen genoteerd vanaf 2012. 2011 werd opzettelijk achterwege gelaten want in 2012 werden tal van overwegen effectief gesloten maar kende het aantal ongevallen wel een significante stijging.  De cijfers zijn niet relevant genoeg om van een adequate analyse te spreken.  Meer nog: de sluiting van overweg 16 is gebaseerd op geen enkel objectief cijfer.  Wat niet bestaat kan ook niet geleverd worden…

Voor de vele fietsers (functioneel en recreatief), lopers en wandelaars richting Dentergem betekent de flank van Overweg 16 een eerste opwarmertje naar het hogere doel, de boezemvriendin van ons allen, de Poelberg.  De afdaling is de duik naar de vrijheid, de natuur, de gouden graanvelden, de stilte…  Tientallen schoolgaande kinderen fietsen er dagelijks op en af.  Het alternatief voor de afschaffing is een langsweg met bypass en verkeerslichten aansluitend op het ondertunnelde pad parallel met de Zuiderring.

Verkeerslichten?  Inderdaad.  Koning Auto dient in Tielt steeds doorgang te krijgen. Het ondertunnelde pad blijkt te smal om wisselend verkeer gelijktijdig toe te laten.  Nochtans viel de beslissing van de afschaffing reeds voor de aanleg van de Zuiderring.  Een kapitale denk- en ontwerpfout.  Wie fietst weet dat fietsers de verkeerslichten talrijk zullen negeren.

De eenzame fietser werd tenslotte een koppige fietser door de vele anti-maatregelen die zij of hij telkens te slikken krijgt.

Wie in Tielt de auto neemt, wordt beloond, of u nu sluipverkeer bent of niet.  Neemt u liever de fiets? Dan wordt u op termijn minstens driemaal gestraft.  Straf 1: u dient een kleine omweg te maken met een verliestijd door de verkeerslichten.  Straf 2: bent u het wachten beu en begrijpt u de maatregel niet: dan maakt u kans op een ongeval of een onmiddellijke inning voor het negeren van de verkeerslichten.  Straf 3: regent het? Dan moet U er niet aan denken even in de ondertunneling te schuilen.

De beslissing om de overweg te sluiten is genomen.  Het Tieltse bestuur kan dan de paraplu openvouwen en verwijzen naar  beslissingen uit de vorige legislatuur.  De koffer met een lading politieke moed ontbreekt.

Beste bestuur.  Vervang paraplu’s door parasols.  Zorg voor zon in plaats van onweerswolken.    Ontwikkel kansen.  Creëer bijkomende mogelijkheden voor de Dentergemstraat door het ondertunnelde pad exclusief te voorzien voor zacht verkeer.

Maak van de Dentergemstraat, de Dentergemlaan, Een laan waar fietsers, wandelaars en landbouwers elkaar begroeten en ondergedompeld worden in akkers vol streekproducten, gouden graanvelden en zeldzame stiltes, onze boezemvriendin tegemoet.

 

Opinie gepubliceerd in de Krant van West-Vlaanderen, 14 juli 2017

*lees: de beslissing van sluiting werd in een vorige legislatuur genomen.  De reactie in ‘De Weekbode’ van de oppositie wordt dus best met een container zout genomen.  Het toenmalige bestuur kwam met Infrabel overeen om de overweg te sluiten in ruil voor een financiële input van Infrabel in de ondertunneling van de Zuiderring.  Het werken met verkeerslichten was toen al overeengekomen.

Het beloofde land.

Gianni Meersman moet stoppen met koersen.

Een donderslag bij heldere hemel. Voor Gianni zelf. Voor zijn gezin. Voor zijn ouders. Voor ‘de bende’. Voor zijn familie en supporters.  Voor allen die ik vergeten ben.

Het hakte er ongetwijfeld stevig in.

Waar het bij de dichte kern hakt, snijdt het bij de liefhebbers van de koers.

De koers wacht op niemand.

Zelf schrok ik er ook van. Maar zag er meteen ook opportuniteiten in, in de eerste plaats voor Gianni zelf en de mensen die dicht bij hem staan, hem liefhebben.

Opportuniteiten? Een prille dertiger die zijn seizoen afsloot met internationale allure. Verlangend naar een nog ultiemer doel.  Een ritzege in een drie weken-durende ronde, ergens in Frankrijk.  En nu plots, ‘basta!’. Tabula rasa!  Noem je dat opportuniteiten?

Volmondig: JA!

Koersen is fijn. Als het goed gaat.

Koersen is fijn. Als je geleefd wordt.

Koersen is fijn. Als je het graag doet.

Koersen is fijn. Als het gezond is.

Koersen is fijn. Zolang het geen verplichting wordt.

‘Zij’ (of wij), die van moeder natuur op motorisch vlak mindere gaven toebedeeld kregen. ‘Zij’ dromen van een bestaan als profwielrenner.  Het ontdekken van vele landen.  Hoofdzakelijk vertoeven in warmere en meer oogstrelender oorden.  Altijd met generatiegenoten aan tafel schuivend, grappend en grollend.  ‘Zij’ die gaan fietsen als ontspanning, waar niets moet.  ‘Zij’ die kinderen van acht zien opkijken naar geschoren benen, hoog opgetrokken kousen, aerodynamisch gestylde kapsels, glimmende zonnebrillen, bruingebronsde rennersarmen en –benen (toch driekwart ervan).  Ja, ‘Zij’ zien ‘zij’, de ‘mannen die fietsen voor de kost’ als het ultieme.  Maandelijkse cijfers op hun bankrekening waar ,Zij, jaren moeten voor werken.  ‘Zij’ willen ‘zij’ zijn.

Tot daar het sprookje, slash, fabeltje.

Staan, Zij, er ook soms bij stil dat na jarenlang uren op dat te smalle zadel zich door het landschap te bewegen, ‘zij’, het soms eens kotsmoe zijn?

Dat kost, kots wordt?

Kotsmoe van door regen en wind te MOETEN fietsen, omdat ze de motorische gave hebben en deze, bij toeval ontdekten.  Kotsmoe van het volgen van trainingschema’s met interval, waarbij voor de achtduizendvierhonderdvijfendertigste keer de Trieu opgesprint wordt aan een  bepaald wattage of een bepaalde trap- of hartslagfrequentie?  Kotsmoe om steeds weer in de belangstelling te staan , positief als het goed gaat en verantwoording afleggend als het minder gaat.  Kotsmoe om na elke training die clownesk-uitziende compressie-kousen rond hun afgetrainde benen te wikkelen?

Dat compressie, stilaan depressie wordt?

Staan , Zij, er ook bij stil dat, Zij, na 17 uur het werk achter zich laten en gewoon kunnen gaan zetelen voor TV met binnen handbereik, cola en chips als ‘compagnons de route’? En dat, zij, die renner zijn voor de kost, soms wekenlang, elke avond terug naar hun eentonige hotelkamer sukkelen.  Leven vanuit hun valies en van luchthaven naar luchthaven, ver weg van thuis, waar vrouw en kind voor elkaar dienen te zorgen?  Staan, Zij, er ook bij stil, dat, zij, steeds weer op hun voeding dienen te letten, afgewogen, en dat zij in het weekend niet beschikbaar zijn voor afspraken met de bende, verjaardagsfeestjes, cinema-avonden, bourgondische familiemaaltijden en ga zo maar door?

Zouden sommigen van ‘zij’, niet liever ‘Zij’ zijn?

Oudejaar, een dag van feest en… heengaan

Oudejaar is voor velen een hoofdstuk afsluiten met een feestje.

Voor sommigen is er momenteel echter weinig te vieren.

Negen jaar geleden nam ik op oudejaar afscheid van mijn geliefde oma. Door ziekte verloor ze de kracht om te leven. Het was op. Euthanasie voelde voor haar aan als een cadeau. Voor mij was het allemaal heel dubbel en bijzonder confronterend. Waar anderen hun voorbereidingen troffen voor een eindejaarsmaal en -outfit, dienden wij ons voor te bereiden op een aangekondigd heengaan.

Een afscheid die voor mijn oma aanvoelde als een verlossing en voor ons als een enorm verlies.

Een ijsblokje van champagne was haar laatste genot.

Deze tekst gaat echter niet volledig over haar en al zeker niet over mezelf.

Deze woorden dienen als eerbetoon aan alle palliatief zorgenden die momenteel ook terug in de weer zijn om een afscheid zo draaglijk mogelijk te maken. Een eerbetoon aan zij die net vandaag afscheid dienen te nemen van een geliefde.

Laten we ook in 2017 voldoende veerkrachtig zijn om ons door de mindere momenten heen te slaan en laten we kracht overdragen aan zij die net iets minder sterk in het leven staan door redenen waarvoor ze zelf niet kozen. Een mooiere wereld begint bij onszelf. Koester het leven, wees overvloedig met naastenliefde, schenk warmte en kracht.

#2017. Foto: 1995 @rodeden

scan0001-dd-en-moe

Open brief: Calog-personeel, het kneusje binnen de politievakbond.

Deze morgen zakte mijn broek af, inspecteurs van de politie verdienen 169 euro per maand te weinig in vergelijking met andere collega-ambtenaren die geen enkel gevaar lopen.

Dat vertelt ons politievakbond VSOA. In komkommertijden een uitstekende periode om het onderwerp aan te snijden en meteen nationale publiciteit te verwerven. Niet alleen de periode is zorgvuldig gekozen ook de sociaal onveilige tijden geven proactief al een serieuze duw in de rug aan de onderhandelingstafel.

Geen kwaad woord over mijn operationele collega’s. De meerderheid van hen zijn ambitieuze kerels die elke dag hun mouwen opstroppen voor ons, de burger. Telkens weer het veld instappend met als centrale doelen: een verhoogde veiligheid en daaraan gekoppeld een geruststellende leefbaarheid.

De vraag in het hele debat is natuurlijk: hoeveel verdient een politie-inspecteur? Een snelle opzoeking op de website van de Antwerpse politie leert me dat een politie-inspecteur met 6 jaar anciënniteit, gehuwd (partner met inkomen) een netto maandloon ontvangt van 1740 euro , zonder avond- en weekenduren, zonder maaltijdvergoedingen, met gratis medische kosten enz.

Een collega-ambtenaar buiten het politiekader verdient dus volgens de vakbond 1909 euro netto. Waar de vergelijking gehaald wordt, het is mij een raadsel. Nooit verdiende ik, de laatste jaren als ‘Dennis Hopper’ binnen de overheid, zoveel (of zo weinig?), zowel op federaal als op Vlaams (bachelor)niveau…

Wat wel is en nooit op de federale eindbalans wordt afgeprint: Vlaamse ambtenaren hebben een +/- 140 euro (netto) maaltijdcheques en surplus.

Laten we open kaart spelen en enkele duidelijkheden en feiten verwoorden: zowel de federale als de lokale politie werden onderverdeeld in twee ‘kaders’ namelijk een operationeel kader (zeg maar de mensen in uniform) en een administratief en logistiek kader (afgekort: calog, mensen die instaan voor de administratie). Op operationeel niveau heb je de agenten van politie, de inspecteurs, de hoofdinspecteurs, de commissarissen en de hoofdcommissaris. Op calogniveau heb je gelijklopend niveau D (geen diplomavereiste), niveau C (middelbaar diploma), niveau B (bachelordiploma), niveau A (masterdiploma).

Het calog-personeel dient ervoor te zorgen dat er meer blauw op straat vertoeft. Zij zijn dus meer en meer een (belangrijke) schakel binnen de politionele werking. Een zuivere administratief en logistieke werking is te kort door de bocht. De laatste jaren wordt ook binnen het calogkader meer specialisatie aangetrokken. Denk aan: ICT-coördinatoren, maatschappelijk werkers, verkeersspecialisten, enz.

Laat ons dus vergelijken. Een inspecteur van de politie zonder enige specialisatie en met een middelbaar diploma verdient na 6 jaar anciënniteit 1740 euro netto, een calogpersoneelslid op bachelorniveau verdient na 11 (!) jaar anciënniteit 1698 euro netto.

Logisch? Allerminst.

5 jaar meer anciënniteit en een hogere opleiding (en functie-invulling) zorgt voor 42 euro minder nettoloon. Meer nog een hoofdinspecteur (zelfde graad als bachelorniveau) ontvangt na 11 jaar anciënniteit 1950 euro netto (zonder enige bijkomende vergoeding). 250 euro netto meer dan zijn ‘gelijkwaardige’ calogcollega.

Een gelijkschaling hoeft niet. Operationele leden lopen nu eenmaal meer risico dan hun calogcollega’s. Maar iets meer rechtvaardigheid mag van een vakbond verwacht worden, niet? Beide kaders bekijken en ook voor beide kaders (operationeel en calog) ten strijde trekken, is dat niet de essentie?

Teamwork makes the dream work…


					

De verzwakte minzaamheid der zwakke weggebruiker

Een halfzwaaiend been gecontroleerd de lucht ingeworpen.

Iedereen kent de beweging. De beweging die een begroeting is.

Vriendelijkheid en verbondenheid met elkaar verweven.

Een gekweekt amicaal automatisme. Zij, gezeteld op hun tweewielig mechanisch ros.

Waarom bij hen en niet bij ons?

Wij, verzwakte weggebruikers, zittend op ons carbonnen ros. Soms ontspannen, vaak afgepeigerd.

Omzwermd door de geur van lichamelijke inspanning, compagnons besprenkelend met ons gezouten zweet.

Wij zijn nu eenmaal wij. Steeds weer het duel aangaan met koning auto, getergd door openslaande portieren, fietspaden bedwingend die er vaak meer uitzien als opritten van gravé. Als gevolg: uitpuilende  achterzakken met reservemateriaal en een bang hart na weeral eens een bijna-ongeval, statistiek onwaardig.  Wij, spoken der mobiliteit.

In die zakken: geen plaats voor een bidon vriendelijkheid tegenover zij, die de andere richting uit fietsen. Zij die dan wel dezelfde hobby hebben, dezelfde moed hebben.  Dezelfde geurwolk van pas bemeste akkers net inhaleerden of het antoniem: een inhalatie van vervuilde uitlaatlucht achter de kiezen hebben.  Een beleving van niet enkel geuren maar ook gevoel, zowel pijn als voldoening. Hoogtes en laagtes.  Zij, die doorheen de ijzige lucht snijdend evenzeer verlangen naar dat overstijgende gevoel van het nagerecht: de warme douchestralen.

Zij, die eerder een rustig tochtje prefereren of zij die meer nood hebben aan afbeulerij van 5 uur.

Zij, in toeristenplunje of zij met een competitievere instelling.

Zij, zonder doel of ambitie, of zij verlangend naar een professioneel bestaan.

Zij, die na de tocht een brood halen voor moeder de vrouw, of zij die er net hun brood mee verdienen.

Trek geen grenzen maar trek de grens over en voel trappelende solidariteit.

Wees minzaam met elkaar. Een been de lucht inwerpen (niet echt aangeraden), een handgebaar of een klein knikje.

Een niemandalletje die zorgt voor verbondenheid en respect.

Vriendelijkheid onder ons, verzwakte weggebruiker.

Beste collega-fietsers, Zij dient Ons te worden.

Beste collega-fietsers, Zij dient Ons te worden.

Fietsen, dat is leven!

Het is donderdag, 2 april 2015.

Vandaag was zo’n eerste lentedag.  De zonnestralen die door de ramen gluurden, lieten  je hunkeren naar later die avond.  Zon en vrije tijd, het maakt vele combinaties mogelijk.

18 uur: na een lange werkdag kom je eindelijk terug –thuis-.

-Rust- denk je dan? Ja en Nee.

In de namiddag begon de avond door je gedachten te slingeren en verslingerd aan het fietsen besliste  je om ‘s avonds de helm aan te binden, de koersschoenen vast te klikken, de bril op de neus te schuiven en  –voor de zoveelste maal- doorheen het Tielts plateau te trappelen.

Zon, wat wind, een variatie aan landschap en stad en een fiets.  De ideale formule om 2 april op een ontspannende manier af te sluiten.

18.05 uur: je snelt in je koerskleren, vult de achterzakken met reservemateriaal, geeft je koersbidon wat water, kust je geliefde, checkt of je banden hard genoeg geblazen zijn en net voor je de voordeur achter je dicht trekt, galmen de laatste liefdevolle woorden ‘voorzichtig zijn’ door de gang.

Geen betere manier om gelukkig te zijn dan de fiets op te springen en te genieten van die avondse zonnestralen.

Het leven kan soms bijzonder simpel zijn.

Het gevoel van warmte en wind op je huid, het genieten van het tegen de wind in beuken en tegelijkertijd het verlangen van met de wind mee te knallen.  Het genot van het kleurenspel tussen schaduw en zon. De zon als heerser op het lichtgroene gras, het donkergroene gedeelte geregeerd door schaduw.

19.30 uur, er staat een goeie 40 kilometer op de teller. Om wat variatie in de tocht te brengen, trek je nog even gewapend met helm en een scherpe blik de stad in.

Het is donderdag en geen zondag, zondagse autoklungels zitten op dit uur al zetelend achter glas.  Of dat hoop je toch.

Nog geen 500 meter binnen de bebouwde kom, waar 50 km/uur dan wel regeert, word je op een voorrangsweg en bij een linksafslaand manoeuvre de pas afgesneden door een zwarte Renault Mégane.  De ervaring zorgt ervoor dat je pro-actief op de situatie kon inspelen en een ongeval kon vermijden.  De bestuurder tuft op zijn gemakje verder, zich van geen kwaad bewust.  Na 1200 meter word je genoodzaakt het fietspad te verlaten en in een trechter geduwd, gekneld tussen bewegende voertuigen aan je linkerkant en geparkeerde voertuigen aan je rechterkant.  Een man van seniorenleeftijd zwaait zijn portier net voor je ogen open.  Niet alleen het portier maar ook jezelf net niet tot blik herleid.

Fietsers, voor velen zijn dat spoken op wielen.

Automobilisten overal te lande vinden het onbegrijpelijk dat wij, de tweewielende zwakke weggebruiker,  soms een halve meter tussenafstand bewaren tussen ons koerspaard en een stilstaand voertuig.  ‘Rij rechts, godverdomme, terrorist!’.   Het waarom?-onwetend. Digital StillCamera

Een waslijst van ‘bijna-ongevallen’ komt  in elke fietstocht voor.    De inslaande manoeuvres en openslaande portieren zijn op twee handen in twee uur niet te tellen.

Wie wil fietsen, dient eerst gekneed te worden met preventie en defensie, om daarna hopelijk niet de oven in te gaan. Preventief en defensief fietsen, het zit er met de jaren gelukkig ingebakken.

Het verschil tussen platteland en stad is nauwelijks groter dan op een  fiets, vrijheid versus onderdrukking, gras- en akkergeur versus een toenemende verstikking.

Zo’n 20 fietsers per dag en 7000 (!) per jaar trokken ook de voordeur achter zich dicht, met de woorden ‘wees voorzichtig’ in hun oren weergalmend.  Maar kwamen niet ongeschonden uit de ‘strijd’.  De meesten van hen werden aangereden,  meegesleurd of raakten gekneld.  Soms met licht- of zwaargewonde gevolgen, af en toe met noodlottige afloop.  Soms kunnen woorden, effectief de laatste zijn.

Op een dag is het misschien jouw beurt…

Fietsen, dat is een boomerang  van emoties en ervaringen.

Het is altijd weten wanneer je vertrekt, nooit wanneer je thuiskomt.

Fietsen dat is leven…

Share the road

  Continue reading